|
In 1999 werd Nederlandse energiemarkt gedereguleerd. Sindsdien zijn drie van de vier grote elektriciteitsproducenten verkocht aan buitenlandse energiebedrijven: EZH aan het Duitse E.ON, EPON aan het Belgische Electrabel en UNA aan het Amerikaanse Reliant. Onlangs verkocht Reliant weer enkele krachtcentrales aan de Nederlandse energieleverancier NUON. Zo komen de vroegere UNA-bedrijfsmiddelen weer in het bezit van een Nederlands energiebedrijf.
De energiemarkt in ons eigen land wordt momenteel gedomineerd door drie grote bedrijven: Essent, NUON en ENECO samen leveren zij meer dan 90% van de Nederlandse elektriciteit. Vanuit Europees oogpunt zijn deze drie bedrijven relatief klein. Daarom is het moeilijk voor deze bedrijven om uit te breiden naar het buitenland. Buitenlandse bedrijven zijn wel al actief op het gebied van energieproductie en -levering in Nederland. Daarom willen de Nederlandse energiebedrijven verder fuseren. Alleen dan kan een krachtige Nederlandse energie-industrie volwaardig concurreren op de energiemarkt. Tot nu toe heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit nog geen toestemming gegeven voor verdere consolidatie.
De grootste Nederlandse brandstoffenmarkt wordt gevormd door de gaswinning. Dit leidt tot een concurrentienadeel, omdat de productiekosten van de Nederlandse gaswinning hoger zijn dan die van Duitse bruine koolovens en Belgische en Franse kerncentrales. Hierdoor is de import van energie sinds 1999 weer toegenomen (netto energie import van 1998-2001 van 12 TWh naar 18 TWh). Dit leidde tot de sluiting van gaswinningbedrijven of het opschorten van de gaswinningactiviteiten. Ook heeft het de Nederlandse energievoorziening afhankelijker gemaakt van buitenlandse energiebedrijven. Op lange termijn zou dit tot energietekorten kunnen leiden.
|